Meelstof en alfa-amylase (α-amylase) zijn de eerste allergenen in Nederland die een wettelijke grenswaarde voor op de werkplek krijgen.

Grenswaarde meelstof en alfa-amylase gefaseerd in werking

De grenswaarde voor meelstof gaat per 1 januari 2020 in en is vastgesteld op 1,2 milligram/m3  voor een tijd gewogen gemiddelde van 8 uur. Het gaat om stof van tarwe, rogge, haver en gerst. Over 4 jaar zal de SER bezien of een lagere grenswaarde haalbaar is. De grenswaarde voor α-amylase gaat per 1 januari 2024 in en is vastgesteld op 0,000010 milligram/m3  (= 10 nanogram) voor een tijd gewogen gemiddelde van 8 uur. Op deze laatste grenswaarde wordt voor de bakkerijgrondstoffenindustrie echter een uitzondering gemaakt tot 1 januari 2029 daarna treedt hij ook in werking voor deze specifieke industrie.

Beoordeling blootstelling en naleving van grenswaarden

Bedrijven waar blootstelling kan plaatsvinden aan meelstof en alfa-amylase zullen moeten gaan beoordelen of de blootstelling van haar werknemers aan deze wettelijke grenswaarden voldoen. Het gaat om de gezondheid van werknemers in onder meer bakkerijen, de meelverwerkende industrie en de (maalderijen van) bakkerijgrondstoffenindustrie. Als de blootstelling in de lucht te hoog is, zullen deze bedrijven een plan van aanpak met stappenplan moeten opstellen om de blootstelling onder deze grenswaarde te waarborgen.

Allergenen ofwel sensibiliserende stoffen

Allergenen zijn stoffen die een overgevoeligheid (allergie) kunnen veroorzaken via het afweersysteem. De overgevoeligheid uit zich in ontstekingsreacties, die resulteren in diverse allergische aandoeningen. Een allergie ontstaat in twee fasen. Eerst raakt het afweersysteem door het contact met een allergeen overgevoelig. Bij een volgend contact met dezelfde stof treedt een abnormaal sterke afweerreactie op, die kan leiden tot (allergisch) eczeem (huid) of astma (luchtwegen). Sensibilisatie en vervolgens een allergische ontstekingsreactie, kunnen zich al binnen enkele weken na de eerste blootstelling voordoen. Het kan echter ook jaren duren. Dit is onder meer afhankelijk van de mate van blootstelling, de individuele gevoeligheid van de blootgestelde persoon en de ‘allergene potentie’ (sterkte) van het allergeen. Niet iedereen zal bij blootstelling aan allergenen een allergie ontwikkelen. Daar staat tegenover dat iedereen wel de kans heeft om een allergie te ontwikkelen. Niemand is hier immuun voor. Wil je meer weten over allergenen: lees hier verder.

Nederlandse beleid inzake allergenen op de werkplek

Het Nederlandse beleid voor allergenen gaat via twee sporen. Het eerste spoor is gericht op beperking van de blootstelling. Voor allergenen is het namelijk meestal niet mogelijk een veilige grenswaarde af te leiden.  De werkgever moet de blootstelling zo laag als redelijkerwijs mogelijk houden (artikel 4.1c van het Arbeidsomstandighedenbesluit). Essentieel hierbij is én blijft het monitoren van de gezondheid van de werknemers. In alle bedrijven in de meel- en bakkerijgrondstoffenverwerkende industrie worden werknemers al jaren gemonitord. Ter ondersteuning van dit spoor heeft de SER een leidraad laten ontwikkelen.
Het tweede spoor betreft een meerjarenaanpak voor het ontwikkelen en instellen van grenswaarden. De grenswaarde voor meelstof en alfa-amylase die op 3 september gepubliceerd is, is de eerste wettelijke grenswaarde die voortkomt uit dit beleid.

Vragen of hulp nodig?

Heeft u vragen of hulp nodig bij het beoordelen van stof (meelstof) op de werkplek. Neem gerust contact op met PRISMA Arbozorg.

Share This